Terug naar mijn wortels

DSC_0091.JPG

Pas toen ik deze zomer, voor het eerst sinds mijn 21e, door de straten van Slemani liep begreep ik waarom immigranten al decennialang elk jaar hun vakantiedagen opsparen om een maand met auto of busje een reis te maken naar hun land van herkomst. Nu pas voel ik waar mijn gemis als puber vandaan kwam. En kan ik mijn eeuwige geschipper tussen twee werelden, waar elke eerste-generatie-immigrant mee te maken krijgt, een plek geven.

Koerdistan is de plaats waar ik als puber zo dramatisch naar kon verlangen terwijl ik naar Koerdische jankmuziek luisterde en in verwarring was over mijn identiteit. In mijn hart dat ontheemde gevoel: altijd op zoek naar een voltooide identiteit.

Luidruchtige gastvrijheid
In Koerdistan besefte ik afgelopen zomer hoezeer ik nog steeds verbonden ben met mijn geboorteplaats. De dynamiek van Slemani, haar gulle, goedgebekte inwoners, de luidruchtige Koerdische gastvrijheid en de chaos in alle facetten van het dagelijks leven: ik kreeg er energie van die ik nog nooit eerder heb gevoeld.

In mijn gewoonten, denkpatronen en houding ben ik ver van mijn plaats van herkomst geraakt, maar in Nederland ben ik ook nooit helemaal aangekomen. Ik zal mij de geordendheid, nuchterheid en spaarzaamheid bijvoorbeeld nooit eigen kunnen maken.

En toch: terug in Koerdistan zag ik ook dat de versie uit mijn herinneringen niet bestaat. Ik vond de sociale controle en fixatie op uiterlijk verstikkend. En ik merkte dat het eerstgenoemde de ontwikkeling van Koerden tegenhoudt. Velen durven niet anders te doen dan anderen uit angst dat er over ze wordt geroddeld.

Eigenaar van mooie verhalen
Ik probeer het gevoel dat ik altijd op zoek blijf te trotseren door me te richten op de voordelen die mijn meervoudige culturele identiteit me oplevert. Zo oordeel ik niet meteen in goed of slecht, want anders is niet per definitie slechter. Door minder zwart-wit te denken, kan ik me openstellen voor nieuwe ideeën en lessen trekken uit de verschillende culturele normen en waarden. Ik ben ook eigenaar van mooie verhalen omdat ik Koerdistan ken als Nederlander én als iemand die de gewoonten en de taal kent.

Ik weet inmiddels ook dat een voltooide identiteit een illusie is. Wie zijn land van herkomst verlaat, zal altijd blijven zoeken naar dat ontbrekende deel.

Arm in arm rond een vreugdevuurtje

 Beeld: Kurdish Musings

Beeld: Kurdish Musings

Het begin van de lente betekent voor Koerden ook het begin van het nieuwe jaar: Nawroz. Jaarlijks trekken Koerden – gehuld in traditionele sharwals  en kleurrijke feestplunje – de bergen in. Ze rollen hun kleedjes uit, verorberen Koerdische lekkernijen en dansen arm in arm rond de warmte van een vreugdevuurtje de traditionele halparké, een Koerdische dans. Nawroz is niet alleen een feestelijk samenzijn, maar ook een belangrijke uiting tegen onderdrukking en de viering van vrijheid.

Dit jaar is de viering weer bitterzoet. Met de corruptie en nepotisme in mijn geboortestreek Slemani, een compleet verkeerd uitgepakt referendum, de aanvallen op Afrin, verzwakking van de KRG en het langzaam uiteenvallen van Rojava - de meest hoopvolle Koerdische democratie, waar een van de basisprincipes de gelijkheid der seksen is. Om maar te zwijgen over de situatie in Iran.

Hoop
Toch wordt er vandaag genoten van het samenzijn, voor wie dat voorrecht heeft. Even de malaise vergeten. Uitbundig dansen op Arabische en Koerdische muziek. Een nieuw jaar betekent immers hoop op verbetering. Want hoopvol en onverschrokken, dat blijven Koerden.

Ik vind het een moedige instelling, maar ik dans dit jaar geen halparké terwijl Koerden elders worden afgeslacht en de rest van de wereld doofstommetje speelt. De lang gekoesterde droom van een eigen staat leek  binnen handbereik, maar nu zie ik het somber in. Optimisme is gezond, maar wat betreft de Koerdische kwestie, kan ik het nu niet opbrengen.

Groene valleien
‘Ach we hebben met behoorlijk wat tirannen te maken gehad', zegt mijn vader nonchalant aan de telefoon. Of ‘ie de bergen ook dit jaar weer intrekt? 'Natuurlijk. Ik ben minder mobiel door mijn rolstoel, maar ik geniet van de sfeer en de groene valleien. Dat neemt niemand van ons af. Je legt je niet neer bij de ellende. Want wat blijft er over als je niet gelooft in een betere wereld?' Dus dansen de Koerden tegen het verdriet.

Pailletten
Mijn moeder, die eigenlijk elk jaar de Koerdische festiviteiten in Nederland overslaat, sluit zich aan bij mijn vaders woorden. 'Je kleedt beproevingen aan met pailletten en sieraden. Ondanks alles blijven geloven in een betere toekomst. Anders is er niets meer.'

Voor Rand, een Koerdische Rotterdammer die op bruiloften optreedt, voelt het niet anders dan andere jaren. 'Het is zolang ik me herinner een manier om het verdriet over de toestand in mijn land minder zwaar te maken, op deze manier doe ik er nog iets goeds mee.'

Herkomst
Nawroz is een Koerdische feestdag tegen onderdrukking. De symbolische betekenis komt voort uit een mythologisch verhaal dat volgens de Koerdische overlevering duizenden jaren geleden plaatsvond. Destijds werden Koerden overheerst door Perzië.

Hypothetisch is het leuk, zo'n geëmancipeerde vrouw

barbie.jpg

'Je bent wel pittig zeg', zei een date nadat ik stelling nam tegen Jort Kelder. Die beweerde niet zo lang geleden dat vrouwen bij hem aandringen om verkracht te worden. 

Waarom zijn vrouwen heftig, pittig of too much zodra ze ergens hun mond over opentrekken? Vrouwen ontwikkelen zich steeds meer en conformeren zich in mindere mate dan dertig jaar geleden misschien gebeurde. En dat is maar goed ook.

We zijn steeds beter gebekt en durven ons net als mannen uit te spreken over gevoelige onderwerpen. Maar kennelijk ben je al snel teveel als je dat doet. Een vrouw die een man vertelt hoe het volgens haar anders zou kunnen in de samenleving; dat is nog niet geaccepteerd.

Hoop
Toch, als je het de gemiddelde man letterlijk vraagt, krijg je bijna hoop. Hij lijkt zich aangepast te hebben aan de moderne samenleving en vooral te vallen voor onafhankelijke vrouwen. In veel gevallen zegt hij te hechten aan humor en zelfstandigheid. En intelligentie? Dat schrikt een beetje kerel zeker niet af.

Geen man die zegt dat hij billen of borsten verkiest boven intelligentie. En geen een zal zeggen dat hij er moeite mee heeft als zijn vriendin meer verdient dan hij. 

Bedreiging
Toch hebben de vrouwen in mijn omgeving, inclusief ondergetekende, in werkelijkheid een andere ervaring. Onze indruk is dat behoorlijk wat mannen helemaal niet houden van een vrouw die slimmer is dan zijzelf, meer verdient of veel ambitie heeft.

Ja, hypothetisch is het prachtig, zo'n geëmancipeerde vrouw. Maar als ze dichterbij komt, vormt ze een bedreiging voor het zelfbeeld van de man. Heeft ze een niet-westerse achtergrond, dan is het al helemaal onacceptabel. Teveel 'temperament'. Zal wel door haar roots komen.

Haaibaai
Mijn date, laten we hem Rogier noemen, was een hoogopgeleide dertiger met verder behoorlijk progressieve ideeën. Toch vond hij mij pittig toen ik me uitsprak tegen Jort Kelder. Hij vond ook dat vrouwen vooral fijnbesnaard moeten zijn. 

 Rogier is geen uitzondering op de regel. Als ik een conclusie mag trekken uit de ervaringen van behoorlijk wat vrouwen om mij heen, dan luidt die als volgt: vrouwen met een mening? Leuk hoor, maar let wel op je toon, Vrouwen met ambitie? Sexy! Maar zorg dat je niet teveel ambitie hebt, anders ben je een haaibaai. En humor? Je mag lachen om zijn grapjes, maar hij heeft liever niet dat je zelf grappig bent. Uiteindelijk is je voorkomen allesbepalend. Al het andere leidt daar alleen maar van af.

Zoektocht van een insomnia-patiënt

 Illustratie: Jean Julien

Illustratie: Jean Julien

Ik draai me nog eens om. Hoe laat zou het zijn? Meestal kijk ik niet naar de klok, want ik weet dat het averechts werkt. Maar dit keer kijk ik toch naar de rode cijfers van het display van mijn wekker. 03.15. Zucht. Ik kan er net zo goed uitgaan.

Hele nachten woelen. Makkelijk in slaap vallen, maar 's nachts wakker worden, opnieuw een uurtje in slaap vallen en dan om half vier toch maar uit bed. Als je nachtenlang naar het plafond staart, het niet volhoudt om tot zes uur in je bed te blijven liggen, dan is het tijd om opnieuw te leren slapen. Een kwestie van je hersenen herprogrammeren, is me vaak verteld.

Vier uur
Inmiddels heb ik al bijna drie jaar last van periodieke insomnia, de medische term voor slapeloosheid. Soms kom ik uit op een slaapscore van vier uur per nacht en dat dan een paar weken achter elkaar. Daarmee kan ik overdag aardig kan functioneren. Ik ga nog steeds met plezier naar mijn werk en ik geniet ook heus van andere dingen. Vervolgens gaat het een tijdje beter en haal ik dan vijf of zes uur, waarna weer weken van vier uur per nacht volgen.

De laatste keer dat ik een hele nacht doorsliep en misschien zeven uur haalde moet nu alweer een maand geleden zijn. 

Ik houd me netjes aan de regels van slaaphygiëne. Een uur voor bedtijd gaat mijn telefoon uit. Ik neem uitgebreid de tijd om te mediteren of ‘avondyoga’ te doen, waar ik lekker slaperig van word. Ik sport minstens drie keer per week om mijn conditie op peil te houden en ik drink niet veel. 

Een paar keer per week laat ik die regels voor wat ze zijn. Maar ik moet natuurlijk wel een beetje leven. En inmiddels weet ik dat niet alles om mijn slapeloosheid mag draaien, want dat werkt averechts.

Best fijn
Om eerlijk te zijn leid ik best een fijn leven. Ik heb werk waar ik voldoening uithaal en ik heb dierbare mensen om me heen. Ik neem genoeg tijd om op mezelf te zijn, maar speel ook toneel en onderneem andere sociale activiteiten.

Toch blijft het wringen: diep in mijn hart zou ik er op zijn minst een uur extra slaap bij willen, of net als de gemiddelde Nederlander een nachtrust hebben van zeven uur. Want de weinige keren dat ik zo’n stevige nacht maak, voel ik me de volgende dag zoveel beter. En mijn periodes van slecht slapen lijken hand in hand lijkt te gaan met tijdelijk cognitieve achteruitgang. En soms ben ik ook sneller geëmotioneerd.

Pavlov hondje
Valeriaan, CBD-olie, allerhande slaappillen; het werkt allemaal niet. Ik voel me alleen maar beroerder. Mijn brein ratelt zodra ik ’s nachts wakker word. En ergens weet ik dat ik het allemaal zelf doe. Ik heb mijn hersenen als een soort Pavlov hondje afgetraind. Zodra ik wakker word, ben ik alert, ook al voel ik dat ik eigenlijk door wil slapen. Het is heel ambivalent, want ik ben moe, maar word onrustig van het idee dat ik het weer moet 'proberen'.

Beter leren slapen dus. Dat is nu mijn doel, zonder er teveel nadruk op te leggen. Maar hoe doe je dat? Na drie zelfhulpboeken, een rits aan internettips en goedbedoelde adviezen van vrienden heb ik de stap genomen om me aan te melden bij een serieuze slaapkliniek.

Cognitieve gedragstherapie
Sinds kort krijg ik begeleiding van een cognitieve gedragstherapeut. Nou ja, ik zie haar eens in de drie weken en eigenlijk heb ik nog maar één afspraak gehad. Maar ik houd nu ook dagelijks een slaaplogboek bij. Zo kunnen we samen proberen te achterhalen waar het precies misgaat. De behandeling is onder andere gebaseerd op de acceptance and commitment-therapie (ACT). Die leert mensen de controle los te laten over dingen die ze niet kunnen beïnvloeden en zich juist te richten op de zaken waar ze wél invloed op hebben. Klinkt logisch.

De methode schijnt zelfs te werken bij mensen met ernstige slaapproblemen. ‘Maar er zijn ook insomnia-patiënten die er geen baat bij hebben’, zegt mijn slaaptherapeut er met een ernstig gezicht achteraan. Dat accepteer ik. Ik heb toch niets te verliezen.

Angst
Het probleem met wakker liggen, zit 'm vaak in de angst om niet meer in slaap te vallen, legt mijn therapeut me verder uit. Zo stimuleer je een gevoel van waakzaamheid, alertheid in je brein. Die informatie haal ik ook uit mijn zelfhulpboeken. Angst voor het niet kunnen slapen is tegelijk de oorzaak ervan. En toch is het me in mijn eentje niet gelukt om die angst los te laten.

Ik weet dus wel dat het een vorm van zelfsabotage is, maar toch blijft het een worsteling. Hopelijk geeft de behandeling me een duwtje in de rug. 

Zombie
De komende weken worden in ieder geval een interessante reis door de nacht: ik hoop op zijn minst een aantal nuttige nieuwe slaapinzichten op te doen. En heus, ik ben best behoorlijk tevreden met mijn leven. Maar het zou allemaal nog mooier zijn als ik niet bij tijd en wijle een zombie was.

En trouwens, voor iedereen die zich na een lange dag kan verheugen op een warm bed en zich moeiteloos kan overgeven aan de nacht: Slaap lekker alvast!

Ramadan met een vleugje weemoed

 Ramadan 2016, Slemani, Koerdistan

Ramadan 2016, Slemani, Koerdistan

Muziek van Koerdische troubadours, mijn moeder die me geduldig soera's (koranverzen) leerde, familie op bezoek en ongebreideld smullen na zonsondergang. Het 'Kerstgevoel' beleefde ik in mijn tienerjaren tijdens de Ramadan. Van mijn elfde tot mijn zeventiende vastte ik plichtsgetrouw mee met mijn moeder, broer, ooms en tantes. Het waren aangename jaren, want de zon ging vroeg onder en dan schransten, keuvelden en grinnikten wat af met zijn allen.

Een korte toelichting, voor wie elk jaar weer met de standaardvragen bij moslims aan komt zetten. De Ramadan is de jaarlijkse vastenmaand op de islamitische kalender. Het vasten begon afgelopen zaterdag. Van zonsopgang tot zonsondergang mag er niet worden gegeten, gedronken en gerookt. Nee ook geen water, nee. Het is een maand van stilstaan bij je zegeningen.

Onuitgesproken teleurstelling
Sinds mijn zeventiende bid, vast en praktiseer ik überhaupt niet meer. Ik voelde op een gegeven moment bij het vasten geen bevrediging meer en ik voelde ook niet echt een band met God. Ik besloot op die leeftijd dat ik niet langer op twee poten wilde hinken, dus volgde mijn ’coming-out’. De eerste en enige keer dat ik verkondigde niet mee te doen en ook niet te bidden, zag ik mijn moeders ogen opzwellen. Het was onuitgesproken teleurstelling, maar uiteindelijk accepteerde ze het wel.

Met een vleugje weemoed in mijn stem, bel ik haar en mijn broer aan het begin van de Ramadan, ‘Succes weer, ik kom gauw langs.’ Hoewel het nog steeds een gezellige maand is, met minder visite, maar net zoveel hartelijkheid, voelt het anders als je afvallig bent. Zeker omdat ik weet dat sommigen enkel meedoen uit schuldgevoel of schaamte.

Melk en dadels
In de jaren van loyaliteit aan mijn religie, vormde de Ramadan een jaarlijks hoogtepunt. Ik was jonger, barstte van de energie en keek hartstochtelijk uit naar het uur vóór de iftar: het moment waarop we het vasten mochten verbreken. Elke avond hadden we als gezin een ritueeltje. Mijn moeder in de keuken, aubergines vullend met gehakt, groenten en allerhande kruiden. Sheigh Mahshi, een van de pompeuze gerechten die niemand kon maken zoals zij.

De keuken was dan ook haar domein en het koken een tomeloze passie, die floreerde tijdens de Ramadan. Dan mijn broer en ik. Wij kregen kleine taakjes. Hij dekte de tafel, bordjes van delfsblauw, ik zette de melk en dadels klaar. Op de achtergrond altijd de tv, met liederen en dans van Koerdische muzikanten en dichters. We neurieden mee en wauwelden over wat we als eerste zouden nuttigen. ‘Zap maar naar Al Arabia’, zei mama dan een kwartiertje voor de iftar. Dan luisterden we naar het avondgebed en braken we het vasten met melk en dadels.

Gezellige drukte
Aansluitend keken we een melodramatische Arabische serie, of vertelde moeder vurig over het leven van de profeet, de ene overlevering intrigerender dan de ander. Vaak kregen we ook bezoek. Een gezellige drukte van ooms en tantes, die dan altijd bleven logeren.

Overdag was die visite een aangename afleiding. We deden kaartspelletjes en degenen met de meeste energie kuierden op dinsdagen en zaterdagen de markt af. Met een knorrende maag en grote ogen, op zoek naar lekkernijen. Pistachenootjes, granaatappels, taart, en traditionele halva. Toetjes waar we na het hoofdgerecht eigenlijk nooit ruimte voor hadden. ‘Je maag krimpt een beetje als je de hele dag niet eet’, legde mijn oom me dan altijd uit.

Bezinning zonder hongerstaking
Dit is het negende jaar dat ik niet meevast. Bepaalde soera’s die mijn moeder me tijdens de vastenmaand leerde, ontroeren me nog steeds en ik heb onze gezamenlijke rituelen jarenlang gemist.

Voor mij is het nog steeds een maand van bezinning en gemoedelijkheid,  maar ik heb het vasten niet nodig om solidair te zijn met de armen en ook niet om mezelf discipline bij te brengen. Ik zie het nut niet van honger lijden en mezelf vervolgens ‘s avonds vol te vreten.

Toch heb ik respect voor mijn dierbaren. Zij zijn moslim en voelen die nabijheid van God wél. Zij worstelen zich jaarlijks door de standaardvragen van collega’s en vrienden. ‘Zelfs geen slokje water?!’ En zij verheugen zich stiekem ook héél erg op het Suikerfeest. 

Komende zomer doe ik wel vrijwilligerswerk. Afvallig of niet, de betrokkenheid met mijn omgeving vind ik een van de mooiste aspecten van mijn (cultuurreligieuze) opvoeding. Het wordt tijd dat ik iets terug doe voor onze wereld.

Wat we van Kiwi's leren kunnen

 Illustratie: Jean Julien

Illustratie: Jean Julien

‘Weet je wat ik zo jammer vind aan Nederlanders?’, vroeg een Nieuw-Zeelandse kennis. ‘Jullie wantrouwen jegens vreemdelingen. En altijd die behoefte om op jezelf te zijn, in je eigen bubbel. In Nieuw-Zeeland lacht iedereen naar elkaar. In Nederland word ik raar aangekeken als ik naar voorbij fietsende Amsterdammers lach.’ Ik zag de heimwee in haar ogen terwijl ze dit zei. Zelf woonde ik bijna anderhalf jaar in Australië en Nieuw-Zeeland. Ik denk nog vaak terug aan de hartelijke bevolking van beide landen.

In Nieuw-Zeeland is de sfeer inderdaad open en vriendelijk. Het vrolijke groeten op straat, spontaan een praatje aanknopen met de serveerster en een caissière die vraagt hoe je ochtend is. Het zijn triviale voorbeelden van interactie, maar juist deze voorbeelden weerspiegelen de open houding van Kiwi’s. Waar zien we deze mentaliteit in Nederland?

Afstandelijk en wantrouwig
Voor een expat uit Nieuw-Zeeland moet onze individualistische samenleving een cultuurshock zijn. Als nieuwkomer ben je afhankelijk van de openheid en behulpzaamheid van de plaatselijke bevolking. In Nederland mijden we contact met onbekenden zoveel mogelijk. Zelfs aan glimlachen of elkaar op straat begroeten doen we nauwelijks in de Randstad. We hebben de neiging om anderen op afstand te houden.

Ze vergroten je geluksgevoel en je wordt er empatischer en zelfverzekerder van


Socialer
Terug naar Nieuw-Zeeland. Ik herinner me een keer dat ik alleen lunchte in een restaurant in Picton, op het Zuidereiland. Een ouder stel kwam naast me zitten en ik knikte naar ze. Er ontstond een interessant gesprek over de verschillen tussen Nieuw-Zeeland en Nederland. Na afloop werd ik uitgenodigd om bij ze te komen eten. Ik zeg niet dat zoiets niet in Nederland kan gebeuren, maar ik geloof wel dat de kans kleiner is door de doorgeslagen individualisering. En dat terwijl uit onderzoek is gebleken dat het effect van spontane interactie heel positief is. Het vergroot je geluksgevoel en je wordt er empatischer en zelfverzekerder van.

Diepgang
Gesprekken met onbekenden hoeven ook niet altijd over luchtige onderwerpen te gaan. Tijdens het liften door Nieuw-Zeeland had ik soms gelaagde conversaties met volstrekte vreemden. Juist omdat ik de chauffeur niet kende, praatte ik makkelijker over mijn dromen of angsten. En andersom ging dat ook op.

Onbekend maakt onbemind is de status quo in onze kapitalistische samenleving

Spontane interacties
Digitalisering speelt ongetwijfeld een rol bij het gebrek aan offline interacties. Maar ik denk dat onze hang naar individualisme ook meespeelt. Onbekend maakt onbemind is de status quo in onze kapitalistische samenleving.

Jan Terlouw pleitte voor het herstellen van vertrouwen in de medemens. Maar misschien is het vooral onze angst voor het onbekende en voor afwijzing, een zekere sociale geremdheid, waar we vanaf moeten.

Er is veel meer dat ons verbindt dan dat ons scheidt. Vluchtige, spontane interacties verrijken onze levens en we zijn blijer als we ons meer bezighouden met de onbekende mensen om ons heen.

Begin klein
Is de stap soms te groot om te praten met een onbekende? Misschien kunnen we dan beginnen met een simpele begroeting of zelfs alleen een glimlach. Ik doe het steeds vaker en merk dat het effect heel fijn is. Alleen het glimlachen naar elkaar geeft me al een oppepper.

Nederlandse migranten, gebruik je stemrecht

Vraag een willekeurige Nederlander met migranten-achtergrond naar zijn stemgedrag en hij zal in veel gevallen toegeven dat hij niet stemt. Vorige week sprak ik mijn broer. Over de aanslag in Canada, het inreisverbod voor moslims in de VS, maar vooral over ons eigen politieke klimaat. Ook hij zou niet stemmen dit jaar, zei hij. Hij heeft weinig vertrouwen in Nederlandse politici.

Wat scepsis hoort bij een democratie en ook ik vind de populistische houding van onze minister-president premieronwaardig. Maar dat mijn broer besluit zich niet te laten horen, vind ik wrang. Het is onze plicht onze stem te laten horen, juist nu.

Mijn broer en ik zijn geboren in het Iraaks Koerdistan van de jaren negentig, onder de dictatuur van Saddam Hoessein. Democratie zoals we die in Nederland kennen, bestond er niet. Het Koerdische gebied was autonoom sinds de Golfoorlog van 1991, maar zeker niet veilig en vrij.

Wie zich uitsprak tegen Saddam en zijn regime, liep het risico geë̈xecuteerd te worden door de Iraakse geheime dienst. Saddams moordcampagnes kostten bijna één miljoen Koerdische levens. Onder Saddams regime verdwenen duizenden peshmerga, van wie sommige familieleden nog steeds wachten op hun terugkeer.

Halverwege de jaren negentig verlieten wij Saddams dictatuur en vestigden ons in Nederland. Natuurlijk waren de eerste jaren niet makkelijk, maar vrijheid komt met een prijs. Als je een totalitair regime hebt meegemaakt, besef je hoe belangrijk het is om voor democratie te vechten.

Vrijheid en democratie zijn hier de status quo, maar eigenlijk is dat een uitzondering. Dat weten mijn broer en ik maar al te goed en daarom hoop ik dat hij terugkomt op zijn besluit zich buiten het stemproces te plaatsen.

Helaas is hij niet de enige. De opkomst onder Nederlanders met een migrantenachtergrond is altijd een stuk lager dan de opkomst van autochtone kiezers. Dat moet anders. Laten we geen genoegen te nemen met de wij-zij-samenleving die Wilders en Rutte propageren. Een maatschappij waarin tegenstellingen worden vergroot en je als Nederlander met migrantenachtergrond die de taal spreekt, studeert en werkt, toch tweederangsburger blijft.

Alleen met ons stemrecht kunnen we voorkomen dat het land in handen valt van schreeuwers die de samenleving verder polariseren. Laten we voorkomen dat we later met spijt terugkijken. Mopperen aan de zijlijn heeft nooit iets opgeleverd.

Verschenen in Het Parool van 10-12-2017

Liftkronieken

Liftkronieken Sarah Naz

Ik ben dus op 'working holiday' in Australië. Vrij vertaald betekent dit dat ik Nederland en mijn existentiële crisis ben ontvlucht met het doel om mezelf te vinden. Ik heb mezelf nog niet gevonden, maar wel gereisd, afgewisseld met hier en daar 'lowbrow' werken in Melbourne, Darwin en Shepparton. Met af en toe een reisblog voor Around the Globe. Het houdt me van de straat.

Ik heb nooit publiekelijk geschreven over al het leed (en ook wel vertier hoor) tijdens mijn working holiday. Ik heb wel hier en daar geschreven over ervaringen of zieleroerselen. In een opwelling heb ik nu besloten dat ik een paar van deze 'journals' deel. Is er toch iets van blogactiviteit.

Nieuw-Zeeland
In maart 2015 verliet ik na vier heftig saaie maanden, mijn backpackersbestaan in het rurale Shepparton, waar ik appels sorteerde in een gedrocht van een fabriek. Ik begon aan een reis van vijf weken door buurland Nieuw Zeeland. Bustoers zijn niet mijn ding en ik had geen reisgenoot, noch rijbewijs. Dus om me toch van A naar B te verplaatsen, besloot ik te liften. Je moet toch wat. En het leek me wel gezellig. Vind mensen die ik tijdens mijn reizen tegenkom sowieso vaak #inspirerend, maar ik stelde me voor dat de 'vrije geesten' die me een lift zouden geven in hippie Nieuw-Zeeland al helemaal voor vermakelijke ritjes zouden zorgen. En ik had gelijk.

Liftbuddy
Ik ontmoette vaak kleurrijke zielen. Maar soms was het vooral tragikomisch(spoiler). Op eenderde van mijn reis ontmoette ik tijdens het couchsurfen Sarah, mijn andere ik uit Zwitserland. Ook zij verplaatste zich door Nieuw-Zeeland langs de weg om een ritje te bedelen. En we hadden zo'n klik, (ik kan met weinig mensen levelen op humorniveau maar met Sarah kon het) dat we besloten samen verder te reizen. Een van de meest memorabele ritjes hadden Sarah en ik met Robert.

Dierenlijk
Robert was een farmer met Nederlandse wortels, die met zijn pickup een dode lam van Queenstown naar Christchurch vervoerde. Want hij vond het zonde om dit dode lam te laten vegeteren op zijn farm in Queenstown. Wat er precies met het lammetje ging gebeuren in Christchurch weet ik niet, maar dat zijn mijn zaken ook helemaal niet. Wij kregen een lift. Alle ingrediënten om verkracht en vermoord te worden waren present, maar gelukkig was Robert minder dodgy dan het dierenlijkje en de stank van zijn pickup deden vermoeden. En stond je in onze bergschoenen, dan was je ook gewoon ingestapt. Het was koud in Tekapo en we stonden al een uur te wachten met twee backpacks,  een tas met eten en twee keer een ochtendhumeur. In de 67 minuten vóór Robert's saviour waren er misschien elf auto's voorbij gereden. Allemaal toeristen die ook een teleurstellend nachtje in Tekapo* hadden doorgebracht. En die lachten en zwaaiden welgemeend naar ons, maar stoppen deden ze niet. 

Maar terugkomend op Robert. Gelukkig offerde Sarah zich op om achterin, naast het dier te gaan zitten. Nou ja, ze had eigenlijk gewoon geen keus. Toen ik een blik wierp op de situatie achterin, en de geur mijn neusgaten penetreerde, kotste ik een beetje in mijn mond. En riep daarna: I'M NOT GOING TO SIT IN THE BACK SARAH. Dus zo geschiedde. Ik naast Robert, die ik familiair 'Rob' mocht noemen en Sarah naast de dode dierenbaby. Ik zet hieronder gewoon wat quotes van good old Rob op een rijtje. Deze man was zo memorabel, dat ik drie pagina's aan citaten heb volgekalkt in mijn journal. Ik bespaar je het leeuwendeel: a man can only take so much.


You know the problem with some women is, they don’t know when to shut up. I love my partner very much, but boy, does she talk. If she’d run like her mouth, she’d be in good shape, honestly.’ en even later tegen MIJ: 'You kind of remind me of my partner. Have I told you she doesn't know when to shut up?' Mensen die mij kennen weten dat ik veel praat, maar tijdens dit ritje met Rob was dit oprecht niet het geval. Ik wilde niets liever dan m'n smoel in m'n sjaal verbergen om me af te sluiten voor zowel Rob als zijn dode boerderijdier en geur. Maar toen er drie zinnen uit m'n mond ontsnapten, werd ik gelijk zijn praatzieke partner.

'I don't really believe in racism. I think it's just an excuse to be lazy and villainizepeople who are willing to work hard.' Een paar lelijke opmerkingen die ik heb verdrongen verderop: 'Although Filipino's are hard workers. I have a few of them working for me. They even recruit other hardworkign Filipinos. They are very loyal. They're sorta like dogs.' Hierop volgde een obesitas schaterlach.

Misschien begin je door deze quotes van Rob de hoop te verliezen. Maar ik had ook wél betekenisvolle gesprekken. Daarover lees je de volgende keer meer. Afhankelijk van mijn stemming kan dit volgende week of nooit zijn.

En Rob maakte niet alleen tendentieuze opmerkingen. Hij vertelde ook in ongeveer drie kwartier over zijn scheiding en hoe eenzaam en verscheurd hij zich voelde toen zijn vrouw hem inruilde voor een twink. 'She ripped my heart out. I had never felt zo miserable in my life. And let me tell ya, I've been through a lot. But you know what. I don't regret anything, because the years we were actually married, we were happy. And as a result we have our sons. My sons are my gems.' Zoet.

'Maar hoe verging het Sarah achterin, naast het rottende lammetje?' Hoor ik jullie denken. Ik draaide me natuurlijk af en toe bezorgd om. Sarah glimlachte dan geforceerd naar me. In realiteit was ik het kwaad want zij moest noodgedwongen drie uur lang naast een dierenlijk met penetrante geur zitten.

*Ik wilde dus ook nog even wat kwijt over Tekapo als bestemming. Ik heb helemaal geen Melkweg gezien, dus voelde me als Nederlandse Koerd BELAZERD. Was echt een triest dorpje(?) met veel meer toeristen dan daadwerkelijke inwoners en al die toeristen fotografeerden hetzelfde kerkje. Goed, Tekapo schijnt wel vooral de moeite waard te zijn op een heldere dag, want dan kan je je 's nachts met je spiegelreflex camera net als elke andere toerist een foto maken van de Melkweg. Maar wij waren er op een bewolkte dag en dan kom je van een koude kermis thuis. De foto's die ik van het kerkje heb, zijn ook zo saai dat ik er zelfs niet interessant over kon doen op Instagram. Snap alle tumult om dat kerkje ook helemaal niet, maar wie ben ik. Wel hebben Sarah en ik romantisch gepicknickt 's nachts. Met slaapzakken en de twee fijne fleecedekens van onze overpriced hostel. Deze alinea had je eigenlijk net zo goed niet kunnen lezen, maar zo voelden wij ons dus na Tekapo.

Vakantieliefde

Kaikoura, nabij Christchurch

Verliefdheid is eigenlijk niet te voorspellen. Het gebeurt plotseling, vaak ben je er niet specifiek op uit.

Ik ontmoette Max in de hoofdstad van Nieuw Zeeland's Zuidereiland, Christchurch. Mijn reis door dit prachtige land was toen bijna ten einde. Ik bracht nog zo'n tien dagen door in Christchurch, omdat ik voldoende tijd wilde uittrekken om te bloggen over mijn belevingen.

Mijn reismaatje Sarah bleef ook een paar dagen in Christchurch, voordat zij alleen verder ging.

Op het terras waar Sarah en ik zaten, waren een handjevol anderen. Twee daarvan waren Max en zijn vriend Cameron. Max trok meteen mijn aandacht, met zijn goudblonde, nonchalante lokken en zijn tattoos. Toen ik merkte dat hij naar me keek, wilde ik niets liever dan me bij hen voegen.

Sarah moedigde me aan om op hem af te stappen, dus raapte ik al mijn moed bij elkaar en vergezelden we de mannen. Jongens eigenlijk. Op het terras van het rustige café kletsten we de hele avond met elkaar.

Het was eerst wat ongemakkelijk, maar naarmate de avond vorderde, begon Max steeds meer te praten. Geen diepgaande gesprekken overigens. Onze onderwerpen beperkten zich tot reizigerssmalltalk: waar kom je vandaan? Waar ben je geweest, hoelang blijf je? Hij was 25 en kwam uit Australië. Ik was 25 en deed een working holiday in zijn geboorteland. Ik was alleen op reis in Nieuw Zeeland. Hij werkte er in de bouw en was een rolling stone, net als ik.

Ik viel als een blok voor zijn Australische charmes, zijn tattoos en neusring en zijn woelig quasi-nonchalant kapsel. Maar het waren ook zijn gevoel voor humor en laid back kijk op dingen, zo typerend voor Australiërs. Iets in zijn doen en laten kalmeerde mij. Hij maakte zich niet druk. Ik bewonderde dat.

Ik liet hem ook niet onberoerd, zo bleek. Hij sms'te me dezelfde avond. Dat hij het heel gezellig vond. En of hij me misschien meer van de stad mocht laten zien. Twee dagen later, toen mijn reisgenoot verder trok en ik achterbleef, om te bloggen in Christchurch, hadden we onze eerste date.

Zijn stunteligheid tijdens dat afpsraakje, hoe hij zichtbaar worstelde met het vinden van de juiste woorden; het vertederde me. Alsof hij voor het eerst zonder vrienden met een meisje was. We hadden geen vlotte gesprekken. Het was zelfs wat ongemakkelijk. Toch raakte ik in de ban van hem. De blikken die we uitwisselden, de aanrakingen. Er was aantrekkingskracht en daarbij waren woorden nauwelijks nodig.

En hij was een charmeur. Hij liet merken dat hij me aantrekkelijk vond en toonde zich oprecht geïnteresseerd in mij. Ik vond hem grappig en vindingrijk. Teder en toch mannelijk.

Ik was verrast dat iemand als Max kon vallen voor mij. Maar nog verraster dat ik zo snel verliefd kon worden, verliefder dan ik ooit was geweest. En dat het gevoel zo intens was omdat het wederzijds was.

Van schrijven over mijn reiservaringen tijdens die dagen in Christchurch, kwam overigens weinig. Ik kon me niet concentreren. Ik kon aan weinig anders denken dan aan Max. Zelfs mijn eetlust, die me nooit in de steek laat, was nergens te bekennen.

Een aantal afspraakjes en een hoop vlinders later, kwam dat onvermijdelijke moment: het afscheid van ons impulsieve hartstocht. Ik ging terug naar Australië, verder met mijn 'working holiday', terwijl hij, de Australiër, in Nieuw Zeeland bleef. 

Georgi (19)

‘From what I can remember, my parents were two people that really enjoyed each others company.  But I remember also thinking they were very irresponsible people when I was young. I used to crush my mom’s cigarettes. I saw ads of people dying from cigarettes, so I hated that habit.’