Ramadan met een vleugje weemoed

Ramadan 2016, Slemani, Koerdistan

Ramadan 2016, Slemani, Koerdistan

Muziek van Koerdische troubadours, mijn moeder die me geduldig soera's (koranverzen) leerde, familie op bezoek en ongebreideld smullen na zonsondergang. Het 'Kerstgevoel' beleefde ik in mijn tienerjaren tijdens de Ramadan. Van mijn elfde tot mijn zeventiende vastte ik plichtsgetrouw mee met mijn moeder, broer, ooms en tantes. Het waren aangename jaren, want de zon ging vroeg onder en dan schransten, keuvelden en grinnikten wat af met zijn allen.

Een korte toelichting, voor wie elk jaar weer met de standaardvragen bij moslims aan komt zetten. De Ramadan is de jaarlijkse vastenmaand op de islamitische kalender. Het vasten begon afgelopen zaterdag. Van zonsopgang tot zonsondergang mag er niet worden gegeten, gedronken en gerookt. Nee ook geen water, nee. Het is een maand van stilstaan bij je zegeningen.

Onuitgesproken teleurstelling
Sinds mijn zeventiende bid, vast en praktiseer ik überhaupt niet meer. Ik voelde op een gegeven moment bij het vasten geen bevrediging meer en ik voelde ook niet echt een band met God. Ik besloot op die leeftijd dat ik niet langer op twee poten wilde hinken, dus volgde mijn ’coming-out’. De eerste en enige keer dat ik verkondigde niet mee te doen en ook niet te bidden, zag ik mijn moeders ogen opzwellen. Het was onuitgesproken teleurstelling, maar uiteindelijk accepteerde ze het wel.

Met een vleugje weemoed in mijn stem, bel ik haar en mijn broer aan het begin van de Ramadan, ‘Succes weer, ik kom gauw langs.’ Hoewel het nog steeds een gezellige maand is, met minder visite, maar net zoveel hartelijkheid, voelt het anders als je afvallig bent. Zeker omdat ik weet dat sommigen enkel meedoen uit schuldgevoel of schaamte.

Melk en dadels
In de jaren van loyaliteit aan mijn religie, vormde de Ramadan een jaarlijks hoogtepunt. Ik was jonger, barstte van de energie en keek hartstochtelijk uit naar het uur vóór de iftar: het moment waarop we het vasten mochten verbreken. Elke avond hadden we als gezin een ritueeltje. Mijn moeder in de keuken, aubergines vullend met gehakt, groenten en allerhande kruiden. Sheigh Mahshi, een van de pompeuze gerechten die niemand kon maken zoals zij.

De keuken was dan ook haar domein en het koken een tomeloze passie, die floreerde tijdens de Ramadan. Dan mijn broer en ik. Wij kregen kleine taakjes. Hij dekte de tafel, bordjes van delfsblauw, ik zette de melk en dadels klaar. Op de achtergrond altijd de tv, met liederen en dans van Koerdische muzikanten en dichters. We neurieden mee en wauwelden over wat we als eerste zouden nuttigen. ‘Zap maar naar Al Arabia’, zei mama dan een kwartiertje voor de iftar. Dan luisterden we naar het avondgebed en braken we het vasten met melk en dadels.

Gezellige drukte
Aansluitend keken we een melodramatische Arabische serie, of vertelde moeder vurig over het leven van de profeet, de ene overlevering intrigerender dan de ander. Vaak kregen we ook bezoek. Een gezellige drukte van ooms en tantes, die dan altijd bleven logeren.

Overdag was die visite een aangename afleiding. We deden kaartspelletjes en degenen met de meeste energie kuierden op dinsdagen en zaterdagen de markt af. Met een knorrende maag en grote ogen, op zoek naar lekkernijen. Pistachenootjes, granaatappels, taart, en traditionele halva. Toetjes waar we na het hoofdgerecht eigenlijk nooit ruimte voor hadden. ‘Je maag krimpt een beetje als je de hele dag niet eet’, legde mijn oom me dan altijd uit.

Bezinning zonder hongerstaking
Dit is het negende jaar dat ik niet meevast. Bepaalde soera’s die mijn moeder me tijdens de vastenmaand leerde, ontroeren me nog steeds en ik heb onze gezamenlijke rituelen jarenlang gemist.

Voor mij is het nog steeds een maand van bezinning en gemoedelijkheid,  maar ik heb het vasten niet nodig om solidair te zijn met de armen en ook niet om mezelf discipline bij te brengen. Ik zie het nut niet van honger lijden en mezelf vervolgens ‘s avonds vol te vreten.

Toch heb ik respect voor mijn dierbaren. Zij zijn moslim en voelen die nabijheid van God wél. Zij worstelen zich jaarlijks door de standaardvragen van collega’s en vrienden. ‘Zelfs geen slokje water?!’ En zij verheugen zich stiekem ook héél erg op het Suikerfeest. 

Komende zomer doe ik wel vrijwilligerswerk. Afvallig of niet, de betrokkenheid met mijn omgeving vind ik een van de mooiste aspecten van mijn (cultuurreligieuze) opvoeding. Het wordt tijd dat ik iets terug doe voor onze wereld.

Wat we van Kiwi's leren kunnen

Illustratie: Jean Julien

Illustratie: Jean Julien

‘Weet je wat ik zo jammer vind aan Nederlanders?’, vroeg een Nieuw-Zeelandse kennis. ‘Jullie wantrouwen jegens vreemdelingen. En altijd die behoefte om op jezelf te zijn, in je eigen bubbel. In Nieuw-Zeeland lacht iedereen naar elkaar. In Nederland word ik raar aangekeken als ik naar voorbij fietsende Amsterdammers lach.’ Ik zag de heimwee in haar ogen terwijl ze dit zei. Zelf woonde ik bijna anderhalf jaar in Australië en Nieuw-Zeeland. Ik denk nog vaak terug aan de hartelijke bevolking van beide landen.

In Nieuw-Zeeland is de sfeer inderdaad open en vriendelijk. Het vrolijke groeten op straat, spontaan een praatje aanknopen met de serveerster en een caissière die vraagt hoe je ochtend is. Het zijn triviale voorbeelden van interactie, maar juist deze voorbeelden weerspiegelen de open houding van Kiwi’s. Waar zien we deze mentaliteit in Nederland?

Afstandelijk en wantrouwig
Voor een expat uit Nieuw-Zeeland moet onze individualistische samenleving een cultuurshock zijn. Als nieuwkomer ben je afhankelijk van de openheid en behulpzaamheid van de plaatselijke bevolking. In Nederland mijden we contact met onbekenden zoveel mogelijk. Zelfs aan glimlachen of elkaar op straat begroeten doen we nauwelijks in de Randstad. We hebben de neiging om anderen op afstand te houden.

Ze vergroten je geluksgevoel en je wordt er empatischer en zelfverzekerder van


Socialer
Terug naar Nieuw-Zeeland. Ik herinner me een keer dat ik alleen lunchte in een restaurant in Picton, op het Zuidereiland. Een ouder stel kwam naast me zitten en ik knikte naar ze. Er ontstond een interessant gesprek over de verschillen tussen Nieuw-Zeeland en Nederland. Na afloop werd ik uitgenodigd om bij ze te komen eten. Ik zeg niet dat zoiets niet in Nederland kan gebeuren, maar ik geloof wel dat de kans kleiner is door de doorgeslagen individualisering. En dat terwijl uit onderzoek is gebleken dat het effect van spontane interactie heel positief is. Het vergroot je geluksgevoel en je wordt er empatischer en zelfverzekerder van.

Diepgang
Gesprekken met onbekenden hoeven ook niet altijd over luchtige onderwerpen te gaan. Tijdens het liften door Nieuw-Zeeland had ik soms gelaagde conversaties met volstrekte vreemden. Juist omdat ik de chauffeur niet kende, praatte ik makkelijker over mijn dromen of angsten. En andersom ging dat ook op.

Onbekend maakt onbemind is de status quo in onze kapitalistische samenleving

Spontane interacties
Digitalisering speelt ongetwijfeld een rol bij het gebrek aan offline interacties. Maar ik denk dat onze hang naar individualisme ook meespeelt. Onbekend maakt onbemind is de status quo in onze kapitalistische samenleving.

Jan Terlouw pleitte voor het herstellen van vertrouwen in de medemens. Maar misschien is het vooral onze angst voor het onbekende en voor afwijzing, een zekere sociale geremdheid, waar we vanaf moeten.

Er is veel meer dat ons verbindt dan dat ons scheidt. Vluchtige, spontane interacties verrijken onze levens en we zijn blijer als we ons meer bezighouden met de onbekende mensen om ons heen.

Begin klein
Is de stap soms te groot om te praten met een onbekende? Misschien kunnen we dan beginnen met een simpele begroeting of zelfs alleen een glimlach. Ik doe het steeds vaker en merk dat het effect heel fijn is. Alleen het glimlachen naar elkaar geeft me al een oppepper.

Nederlandse migranten, gebruik je stemrecht

Vraag een willekeurige Nederlander met migranten-achtergrond naar zijn stemgedrag en hij zal in veel gevallen toegeven dat hij niet stemt. Vorige week sprak ik mijn broer. Over de aanslag in Canada, het inreisverbod voor moslims in de VS, maar vooral over ons eigen politieke klimaat. Ook hij zou niet stemmen dit jaar, zei hij. Hij heeft weinig vertrouwen in Nederlandse politici.

Wat scepsis hoort bij een democratie en ook ik vind de populistische houding van onze minister-president premieronwaardig. Maar dat mijn broer besluit zich niet te laten horen, vind ik wrang. Het is onze plicht onze stem te laten horen, juist nu.

Mijn broer en ik zijn geboren in het Iraaks Koerdistan van de jaren negentig, onder de dictatuur van Saddam Hoessein. Democratie zoals we die in Nederland kennen, bestond er niet. Het Koerdische gebied was autonoom sinds de Golfoorlog van 1991, maar zeker niet veilig en vrij.

Wie zich uitsprak tegen Saddam en zijn regime, liep het risico geë̈xecuteerd te worden door de Iraakse geheime dienst. Saddams moordcampagnes kostten bijna één miljoen Koerdische levens. Onder Saddams regime verdwenen duizenden peshmerga, van wie sommige familieleden nog steeds wachten op hun terugkeer.

Halverwege de jaren negentig verlieten wij Saddams dictatuur en vestigden ons in Nederland. Natuurlijk waren de eerste jaren niet makkelijk, maar vrijheid komt met een prijs. Als je een totalitair regime hebt meegemaakt, besef je hoe belangrijk het is om voor democratie te vechten.

Vrijheid en democratie zijn hier de status quo, maar eigenlijk is dat een uitzondering. Dat weten mijn broer en ik maar al te goed en daarom hoop ik dat hij terugkomt op zijn besluit zich buiten het stemproces te plaatsen.

Helaas is hij niet de enige. De opkomst onder Nederlanders met een migrantenachtergrond is altijd een stuk lager dan de opkomst van autochtone kiezers. Dat moet anders. Laten we geen genoegen te nemen met de wij-zij-samenleving die Wilders en Rutte propageren. Een maatschappij waarin tegenstellingen worden vergroot en je als Nederlander met migrantenachtergrond die de taal spreekt, studeert en werkt, toch tweederangsburger blijft.

Alleen met ons stemrecht kunnen we voorkomen dat het land in handen valt van schreeuwers die de samenleving verder polariseren. Laten we voorkomen dat we later met spijt terugkijken. Mopperen aan de zijlijn heeft nooit iets opgeleverd.

Verschenen in Het Parool van 10-12-2017

Liftkronieken

Liftkronieken Sarah Naz

Ik ben dus op 'working holiday' in Australië. Vrij vertaald betekent dit dat ik Nederland en mijn existentiële crisis ben ontvlucht met het doel om mezelf te vinden. Ik heb mezelf nog niet gevonden, maar wel gereisd, afgewisseld met hier en daar 'lowbrow' werken in Melbourne, Darwin en Shepparton. Met af en toe een reisblog voor Around the Globe. Het houdt me van de straat.

Ik heb nooit publiekelijk geschreven over al het leed (en ook wel vertier hoor) tijdens mijn working holiday. Ik heb wel hier en daar geschreven over ervaringen of zieleroerselen. In een opwelling heb ik nu besloten dat ik een paar van deze 'journals' deel. Is er toch iets van blogactiviteit.

Nieuw-Zeeland
In maart 2015 verliet ik na vier heftig saaie maanden, mijn backpackersbestaan in het rurale Shepparton, waar ik appels sorteerde in een gedrocht van een fabriek. Ik begon aan een reis van vijf weken door buurland Nieuw Zeeland. Bustoers zijn niet mijn ding en ik had geen reisgenoot, noch rijbewijs. Dus om me toch van A naar B te verplaatsen, besloot ik te liften. Je moet toch wat. En het leek me wel gezellig. Vind mensen die ik tijdens mijn reizen tegenkom sowieso vaak #inspirerend, maar ik stelde me voor dat de 'vrije geesten' die me een lift zouden geven in hippie Nieuw-Zeeland al helemaal voor vermakelijke ritjes zouden zorgen. En ik had gelijk.

Liftbuddy
Ik ontmoette vaak kleurrijke zielen. Maar soms was het vooral tragikomisch(spoiler). Op eenderde van mijn reis ontmoette ik tijdens het couchsurfen Sarah, mijn andere ik uit Zwitserland. Ook zij verplaatste zich door Nieuw-Zeeland langs de weg om een ritje te bedelen. En we hadden zo'n klik, (ik kan met weinig mensen levelen op humorniveau maar met Sarah kon het) dat we besloten samen verder te reizen. Een van de meest memorabele ritjes hadden Sarah en ik met Robert.

Dierenlijk
Robert was een farmer met Nederlandse wortels, die met zijn pickup een dode lam van Queenstown naar Christchurch vervoerde. Want hij vond het zonde om dit dode lam te laten vegeteren op zijn farm in Queenstown. Wat er precies met het lammetje ging gebeuren in Christchurch weet ik niet, maar dat zijn mijn zaken ook helemaal niet. Wij kregen een lift. Alle ingrediënten om verkracht en vermoord te worden waren present, maar gelukkig was Robert minder dodgy dan het dierenlijkje en de stank van zijn pickup deden vermoeden. En stond je in onze bergschoenen, dan was je ook gewoon ingestapt. Het was koud in Tekapo en we stonden al een uur te wachten met twee backpacks,  een tas met eten en twee keer een ochtendhumeur. In de 67 minuten vóór Robert's saviour waren er misschien elf auto's voorbij gereden. Allemaal toeristen die ook een teleurstellend nachtje in Tekapo* hadden doorgebracht. En die lachten en zwaaiden welgemeend naar ons, maar stoppen deden ze niet. 

Maar terugkomend op Robert. Gelukkig offerde Sarah zich op om achterin, naast het dier te gaan zitten. Nou ja, ze had eigenlijk gewoon geen keus. Toen ik een blik wierp op de situatie achterin, en de geur mijn neusgaten penetreerde, kotste ik een beetje in mijn mond. En riep daarna: I'M NOT GOING TO SIT IN THE BACK SARAH. Dus zo geschiedde. Ik naast Robert, die ik familiair 'Rob' mocht noemen en Sarah naast de dode dierenbaby. Ik zet hieronder gewoon wat quotes van good old Rob op een rijtje. Deze man was zo memorabel, dat ik drie pagina's aan citaten heb volgekalkt in mijn journal. Ik bespaar je het leeuwendeel: a man can only take so much.


You know the problem with some women is, they don’t know when to shut up. I love my partner very much, but boy, does she talk. If she’d run like her mouth, she’d be in good shape, honestly.’ en even later tegen MIJ: 'You kind of remind me of my partner. Have I told you she doesn't know when to shut up?' Mensen die mij kennen weten dat ik veel praat, maar tijdens dit ritje met Rob was dit oprecht niet het geval. Ik wilde niets liever dan m'n smoel in m'n sjaal verbergen om me af te sluiten voor zowel Rob als zijn dode boerderijdier en geur. Maar toen er drie zinnen uit m'n mond ontsnapten, werd ik gelijk zijn praatzieke partner.

'I don't really believe in racism. I think it's just an excuse to be lazy and villainizepeople who are willing to work hard.' Een paar lelijke opmerkingen die ik heb verdrongen verderop: 'Although Filipino's are hard workers. I have a few of them working for me. They even recruit other hardworkign Filipinos. They are very loyal. They're sorta like dogs.' Hierop volgde een obesitas schaterlach.

Misschien begin je door deze quotes van Rob de hoop te verliezen. Maar ik had ook wél betekenisvolle gesprekken. Daarover lees je de volgende keer meer. Afhankelijk van mijn stemming kan dit volgende week of nooit zijn.

En Rob maakte niet alleen tendentieuze opmerkingen. Hij vertelde ook in ongeveer drie kwartier over zijn scheiding en hoe eenzaam en verscheurd hij zich voelde toen zijn vrouw hem inruilde voor een twink. 'She ripped my heart out. I had never felt zo miserable in my life. And let me tell ya, I've been through a lot. But you know what. I don't regret anything, because the years we were actually married, we were happy. And as a result we have our sons. My sons are my gems.' Zoet.

'Maar hoe verging het Sarah achterin, naast het rottende lammetje?' Hoor ik jullie denken. Ik draaide me natuurlijk af en toe bezorgd om. Sarah glimlachte dan geforceerd naar me. In realiteit was ik het kwaad want zij moest noodgedwongen drie uur lang naast een dierenlijk met penetrante geur zitten.

*Ik wilde dus ook nog even wat kwijt over Tekapo als bestemming. Ik heb helemaal geen Melkweg gezien, dus voelde me als Nederlandse Koerd BELAZERD. Was echt een triest dorpje(?) met veel meer toeristen dan daadwerkelijke inwoners en al die toeristen fotografeerden hetzelfde kerkje. Goed, Tekapo schijnt wel vooral de moeite waard te zijn op een heldere dag, want dan kan je je 's nachts met je spiegelreflex camera net als elke andere toerist een foto maken van de Melkweg. Maar wij waren er op een bewolkte dag en dan kom je van een koude kermis thuis. De foto's die ik van het kerkje heb, zijn ook zo saai dat ik er zelfs niet interessant over kon doen op Instagram. Snap alle tumult om dat kerkje ook helemaal niet, maar wie ben ik. Wel hebben Sarah en ik romantisch gepicknickt 's nachts. Met slaapzakken en de twee fijne fleecedekens van onze overpriced hostel. Deze alinea had je eigenlijk net zo goed niet kunnen lezen, maar zo voelden wij ons dus na Tekapo.

Vakantieliefde

Kaikoura, nabij Christchurch

Verliefdheid is eigenlijk niet te voorspellen. Het gebeurt plotseling, vaak ben je er niet specifiek op uit.

Ik ontmoette Max in de hoofdstad van Nieuw Zeeland's Zuidereiland, Christchurch. Mijn reis door dit prachtige land was toen bijna ten einde. Ik bracht nog zo'n tien dagen door in Christchurch, omdat ik voldoende tijd wilde uittrekken om te bloggen over mijn belevingen.

Mijn reismaatje Sarah bleef ook een paar dagen in Christchurch, voordat zij alleen verder ging.

Op het terras waar Sarah en ik zaten, waren een handjevol anderen. Twee daarvan waren Max en zijn vriend Cameron. Max trok meteen mijn aandacht, met zijn goudblonde, nonchalante lokken en zijn tattoos. Toen ik merkte dat hij naar me keek, wilde ik niets liever dan me bij hen voegen.

Sarah moedigde me aan om op hem af te stappen, dus raapte ik al mijn moed bij elkaar en vergezelden we de mannen. Jongens eigenlijk. Op het terras van het rustige café kletsten we de hele avond met elkaar.

Het was eerst wat ongemakkelijk, maar naarmate de avond vorderde, begon Max steeds meer te praten. Geen diepgaande gesprekken overigens. Onze onderwerpen beperkten zich tot reizigerssmalltalk: waar kom je vandaan? Waar ben je geweest, hoelang blijf je? Hij was 25 en kwam uit Australië. Ik was 25 en deed een working holiday in zijn geboorteland. Ik was alleen op reis in Nieuw Zeeland. Hij werkte er in de bouw en was een rolling stone, net als ik.

Ik viel als een blok voor zijn Australische charmes, zijn tattoos en neusring en zijn woelig quasi-nonchalant kapsel. Maar het waren ook zijn gevoel voor humor en laid back kijk op dingen, zo typerend voor Australiërs. Iets in zijn doen en laten kalmeerde mij. Hij maakte zich niet druk. Ik bewonderde dat.

Ik liet hem ook niet onberoerd, zo bleek. Hij sms'te me dezelfde avond. Dat hij het heel gezellig vond. En of hij me misschien meer van de stad mocht laten zien. Twee dagen later, toen mijn reisgenoot verder trok en ik achterbleef, om te bloggen in Christchurch, hadden we onze eerste date.

Zijn stunteligheid tijdens dat afpsraakje, hoe hij zichtbaar worstelde met het vinden van de juiste woorden; het vertederde me. Alsof hij voor het eerst zonder vrienden met een meisje was. We hadden geen vlotte gesprekken. Het was zelfs wat ongemakkelijk. Toch raakte ik in de ban van hem. De blikken die we uitwisselden, de aanrakingen. Er was aantrekkingskracht en daarbij waren woorden nauwelijks nodig.

En hij was een charmeur. Hij liet merken dat hij me aantrekkelijk vond en toonde zich oprecht geïnteresseerd in mij. Ik vond hem grappig en vindingrijk. Teder en toch mannelijk.

Ik was verrast dat iemand als Max kon vallen voor mij. Maar nog verraster dat ik zo snel verliefd kon worden, verliefder dan ik ooit was geweest. En dat het gevoel zo intens was omdat het wederzijds was.

Van schrijven over mijn reiservaringen tijdens die dagen in Christchurch, kwam overigens weinig. Ik kon me niet concentreren. Ik kon aan weinig anders denken dan aan Max. Zelfs mijn eetlust, die me nooit in de steek laat, was nergens te bekennen.

Een aantal afspraakjes en een hoop vlinders later, kwam dat onvermijdelijke moment: het afscheid van ons impulsieve hartstocht. Ik ging terug naar Australië, verder met mijn 'working holiday', terwijl hij, de Australiër, in Nieuw Zeeland bleef. 

Georgi (19)

‘From what I can remember, my parents were two people that really enjoyed each others company.  But I remember also thinking they were very irresponsible people when I was young. I used to crush my mom’s cigarettes. I saw ads of people dying from cigarettes, so I hated that habit.’

Georgi (19)

‘I left home when I was thirteen. In my mind I gave my mum an ultimatum. She had to choose me or my dad and even though she didn’t say it, it felt like she chose him. Her best friend told me: ‘Of course she’d choose your father. He was around before you were.’ It felt wrong she said that to me, but at the same time I understood. It meant that my mum was her own person, and I needed to become my own person too. And so I left.’ 

Koerdische kronieken / Kurdic chronicles

You can find the English version of this blog below :-)

Ik heb een groot deel van mijn leven weinig stil gestaan bij het tumultueuze verleden van mijn geboortestreek en haar inwoners. Mijn vertrek naar Nederland op vijfjarige leeftijd, heeft hier ongetwijfeld mee te maken. Wij ruilden een toendertijd kansarm gebied in om ons geluk in Europa te zoeken. Omdat we in Nederland al wat vrienden en familie kenden, werd het ook onze bestemming. Verhuizen naar een onbekend land is immers minder eng als er al bekenden zijn. Het was het begin van een nieuw leven; eentje dat voor mij als kleuter nog maar net was begonnen. 

Nu, twintig jaar later intrigeert het Koerdische deel van mij me meer dan ooit.  Ik probeer zo goed mogelijk op de hoogte te blijven van alle ontwikkelingen in en rondom Koerdistan, maar meer dan het volgen van actualiteit, verlang ik naar het horen van persoonlijke verhalen. Die van de mensen dichtbij mij. 

Sinds een paar jaar vraag ik vaker door als mijn moeder -zoals zo vaak wanneer ik met haar aan tafel zit- een bitterzoete of ronduit tragische anekdote deelt. Bijvoorbeeld over een Peshmerga-neef die geëxecuteerd werd tientallen jaren geleden. Of de barre tocht die zij met een kwart miljoen andere Koerden naar buurland Iran maakte tijdens de burgeroorlog. Aan bod komen ook vaak haar herinneringen aan de eindeloos groene valleien, de viering van het Koerdische nieuwjaar: Newroz en haar lievelingshapjes, zoals Qawarma; gemalen kikkererwten op Koerdisch brood. Alleen verkrijgbaar bij lokale voedselkraampjes.  Ik vraag bovendien vaker zelf naar haar persoonlijke herinneringen en probeer dan een beetje van haar persoonlijke weemoed of nostalgie te proeven.

Ik heb ook mijn eigen herinneringen aan Slemani, mijn geboortestad en tevens de culturele hoofdstad van Koerdistan.  Ik was een jaar of vijf toen we naar Nederland emigreerden, maar vijf jaar is voldoende om herinneringen op te bouwen waarvan de houdbaarheid oneindig lijkt. 

English below

I was about five years old when I moved from Kurdistan, the north of Iraq, to The Netherlands. My mother had some brothers who had moved to 'the land of milk and honey' years before and she was homesick for them, but also wanted me and my brother to have a better future. And so we left our home to start a better life in Europe.

Up until these last couple of years, I haven’t shown that much interest in my Kurdish roots. Sure, I still speak the language fluently, love my mothers cooking and enjoy some Kurdish music. But my interest never really went beyond that. It was always on the surface. 

Latelely however, I'm intrigued by a lot of things concerning my place of birth. I try to follow all the news with regard to that region, but most of all; I long for hearing and reading about personal stories. Those of the people close to me.

During the monthly dinners I have with my mom, we talk a lot about her memories. She shares anecdotes about tragic events, like when her nephew was executed for being a Peshmerga, or when she fled to Iran during the civil war. But we also talk about her sweet memories of Kurdish festivities, like the new year celebration Newroz, or those of her favourite local foods, or the picnics she used to have in the green valleys.

I always sense a bit of her nostalgia when she shares these stories so passionate as she does.

Then of course I also have my own memories. I was only five when we moved to The Netherlands, but those years were enough to build memories which seem to last forever.