Ramadan met een vleugje weemoed

 Ramadan 2016, Slemani, Koerdistan

Ramadan 2016, Slemani, Koerdistan

Muziek van Koerdische troubadours, mijn moeder die me geduldig soera's (koranverzen) leerde, familie op bezoek en ongebreideld smullen na zonsondergang. Het 'Kerstgevoel' beleefde ik in mijn tienerjaren tijdens de Ramadan. Van mijn elfde tot mijn zeventiende vastte ik plichtsgetrouw mee met mijn moeder, broer, ooms en tantes. Het waren aangename jaren, want de zon ging vroeg onder en dan schransten, keuvelden en grinnikten wat af met zijn allen.

Een korte toelichting, voor wie elk jaar weer met de standaardvragen bij moslims aan komt zetten. De Ramadan is de jaarlijkse vastenmaand op de islamitische kalender. Het vasten begon afgelopen zaterdag. Van zonsopgang tot zonsondergang mag er niet worden gegeten, gedronken en gerookt. Nee ook geen water, nee. Het is een maand van stilstaan bij je zegeningen.

Onuitgesproken teleurstelling
Sinds mijn zeventiende bid, vast en praktiseer ik überhaupt niet meer. Ik voelde op een gegeven moment bij het vasten geen bevrediging meer en ik voelde ook niet echt een band met God. Ik besloot op die leeftijd dat ik niet langer op twee poten wilde hinken, dus volgde mijn ’coming-out’. De eerste en enige keer dat ik verkondigde niet mee te doen en ook niet te bidden, zag ik mijn moeders ogen opzwellen. Het was onuitgesproken teleurstelling, maar uiteindelijk accepteerde ze het wel.

Met een vleugje weemoed in mijn stem, bel ik haar en mijn broer aan het begin van de Ramadan, ‘Succes weer, ik kom gauw langs.’ Hoewel het nog steeds een gezellige maand is, met minder visite, maar net zoveel hartelijkheid, voelt het anders als je afvallig bent. Zeker omdat ik weet dat sommigen enkel meedoen uit schuldgevoel of schaamte.

Melk en dadels
In de jaren van loyaliteit aan mijn religie, vormde de Ramadan een jaarlijks hoogtepunt. Ik was jonger, barstte van de energie en keek hartstochtelijk uit naar het uur vóór de iftar: het moment waarop we het vasten mochten verbreken. Elke avond hadden we als gezin een ritueeltje. Mijn moeder in de keuken, aubergines vullend met gehakt, groenten en allerhande kruiden. Sheigh Mahshi, een van de pompeuze gerechten die niemand kon maken zoals zij.

De keuken was dan ook haar domein en het koken een tomeloze passie, die floreerde tijdens de Ramadan. Dan mijn broer en ik. Wij kregen kleine taakjes. Hij dekte de tafel, bordjes van delfsblauw, ik zette de melk en dadels klaar. Op de achtergrond altijd de tv, met liederen en dans van Koerdische muzikanten en dichters. We neurieden mee en wauwelden over wat we als eerste zouden nuttigen. ‘Zap maar naar Al Arabia’, zei mama dan een kwartiertje voor de iftar. Dan luisterden we naar het avondgebed en braken we het vasten met melk en dadels.

Gezellige drukte
Aansluitend keken we een melodramatische Arabische serie, of vertelde moeder vurig over het leven van de profeet, de ene overlevering intrigerender dan de ander. Vaak kregen we ook bezoek. Een gezellige drukte van ooms en tantes, die dan altijd bleven logeren.

Overdag was die visite een aangename afleiding. We deden kaartspelletjes en degenen met de meeste energie kuierden op dinsdagen en zaterdagen de markt af. Met een knorrende maag en grote ogen, op zoek naar lekkernijen. Pistachenootjes, granaatappels, taart, en traditionele halva. Toetjes waar we na het hoofdgerecht eigenlijk nooit ruimte voor hadden. ‘Je maag krimpt een beetje als je de hele dag niet eet’, legde mijn oom me dan altijd uit.

Bezinning zonder hongerstaking
Dit is het negende jaar dat ik niet meevast. Bepaalde soera’s die mijn moeder me tijdens de vastenmaand leerde, ontroeren me nog steeds en ik heb onze gezamenlijke rituelen jarenlang gemist.

Voor mij is het nog steeds een maand van bezinning en gemoedelijkheid,  maar ik heb het vasten niet nodig om solidair te zijn met de armen en ook niet om mezelf discipline bij te brengen. Ik zie het nut niet van honger lijden en mezelf vervolgens ‘s avonds vol te vreten.

Toch heb ik respect voor mijn dierbaren. Zij zijn moslim en voelen die nabijheid van God wél. Zij worstelen zich jaarlijks door de standaardvragen van collega’s en vrienden. ‘Zelfs geen slokje water?!’ En zij verheugen zich stiekem ook héél erg op het Suikerfeest. 

Komende zomer doe ik wel vrijwilligerswerk. Afvallig of niet, de betrokkenheid met mijn omgeving vind ik een van de mooiste aspecten van mijn (cultuurreligieuze) opvoeding. Het wordt tijd dat ik iets terug doe voor onze wereld.