Zoektocht van een insomnia-patiënt

 Illustratie: Jean Julien

Illustratie: Jean Julien

Ik draai me nog eens om. Hoe laat zou het zijn? Meestal kijk ik niet naar de klok, want ik weet dat het averechts werkt. Maar dit keer kijk ik toch naar de rode cijfers van het display van mijn wekker. 03.15. Zucht. Ik kan er net zo goed uitgaan.

Hele nachten woelen. Makkelijk in slaap vallen, maar 's nachts wakker worden, opnieuw een uurtje in slaap vallen en dan om half vier toch maar uit bed. Als je nachtenlang naar het plafond staart, het niet volhoudt om tot zes uur in je bed te blijven liggen, dan is het tijd om opnieuw te leren slapen. Een kwestie van je hersenen herprogrammeren, is me vaak verteld.

Vier uur
Inmiddels heb ik al bijna drie jaar last van periodieke insomnia, de medische term voor slapeloosheid. Soms kom ik uit op een slaapscore van vier uur per nacht en dat dan een paar weken achter elkaar. Daarmee kan ik overdag aardig kan functioneren. Ik ga nog steeds met plezier naar mijn werk en ik geniet ook heus van andere dingen. Vervolgens gaat het een tijdje beter en haal ik dan vijf of zes uur, waarna weer weken van vier uur per nacht volgen.

De laatste keer dat ik een hele nacht doorsliep en misschien zeven uur haalde moet nu alweer een maand geleden zijn. 

Ik houd me netjes aan de regels van slaaphygiëne. Een uur voor bedtijd gaat mijn telefoon uit. Ik neem uitgebreid de tijd om te mediteren of ‘avondyoga’ te doen, waar ik lekker slaperig van word. Ik sport minstens drie keer per week om mijn conditie op peil te houden en ik drink niet veel. 

Een paar keer per week laat ik die regels voor wat ze zijn. Maar ik moet natuurlijk wel een beetje leven. En inmiddels weet ik dat niet alles om mijn slapeloosheid mag draaien, want dat werkt averechts.

Best fijn
Om eerlijk te zijn leid ik best een fijn leven. Ik heb werk waar ik voldoening uithaal en ik heb dierbare mensen om me heen. Ik neem genoeg tijd om op mezelf te zijn, maar speel ook toneel en onderneem andere sociale activiteiten.

Toch blijft het wringen: diep in mijn hart zou ik er op zijn minst een uur extra slaap bij willen, of net als de gemiddelde Nederlander een nachtrust hebben van zeven uur. Want de weinige keren dat ik zo’n stevige nacht maak, voel ik me de volgende dag zoveel beter. En mijn periodes van slecht slapen lijken hand in hand lijkt te gaan met tijdelijk cognitieve achteruitgang. En soms ben ik ook sneller geëmotioneerd.

Pavlov hondje
Valeriaan, CBD-olie, allerhande slaappillen; het werkt allemaal niet. Ik voel me alleen maar beroerder. Mijn brein ratelt zodra ik ’s nachts wakker word. En ergens weet ik dat ik het allemaal zelf doe. Ik heb mijn hersenen als een soort Pavlov hondje afgetraind. Zodra ik wakker word, ben ik alert, ook al voel ik dat ik eigenlijk door wil slapen. Het is heel ambivalent, want ik ben moe, maar word onrustig van het idee dat ik het weer moet 'proberen'.

Beter leren slapen dus. Dat is nu mijn doel, zonder er teveel nadruk op te leggen. Maar hoe doe je dat? Na drie zelfhulpboeken, een rits aan internettips en goedbedoelde adviezen van vrienden heb ik de stap genomen om me aan te melden bij een serieuze slaapkliniek.

Cognitieve gedragstherapie
Sinds kort krijg ik begeleiding van een cognitieve gedragstherapeut. Nou ja, ik zie haar eens in de drie weken en eigenlijk heb ik nog maar één afspraak gehad. Maar ik houd nu ook dagelijks een slaaplogboek bij. Zo kunnen we samen proberen te achterhalen waar het precies misgaat. De behandeling is onder andere gebaseerd op de acceptance and commitment-therapie (ACT). Die leert mensen de controle los te laten over dingen die ze niet kunnen beïnvloeden en zich juist te richten op de zaken waar ze wél invloed op hebben. Klinkt logisch.

De methode schijnt zelfs te werken bij mensen met ernstige slaapproblemen. ‘Maar er zijn ook insomnia-patiënten die er geen baat bij hebben’, zegt mijn slaaptherapeut er met een ernstig gezicht achteraan. Dat accepteer ik. Ik heb toch niets te verliezen.

Angst
Het probleem met wakker liggen, zit 'm vaak in de angst om niet meer in slaap te vallen, legt mijn therapeut me verder uit. Zo stimuleer je een gevoel van waakzaamheid, alertheid in je brein. Die informatie haal ik ook uit mijn zelfhulpboeken. Angst voor het niet kunnen slapen is tegelijk de oorzaak ervan. En toch is het me in mijn eentje niet gelukt om die angst los te laten.

Ik weet dus wel dat het een vorm van zelfsabotage is, maar toch blijft het een worsteling. Hopelijk geeft de behandeling me een duwtje in de rug. 

Zombie
De komende weken worden in ieder geval een interessante reis door de nacht: ik hoop op zijn minst een aantal nuttige nieuwe slaapinzichten op te doen. En heus, ik ben best behoorlijk tevreden met mijn leven. Maar het zou allemaal nog mooier zijn als ik niet bij tijd en wijle een zombie was.

En trouwens, voor iedereen die zich na een lange dag kan verheugen op een warm bed en zich moeiteloos kan overgeven aan de nacht: Slaap lekker alvast!